Citaat | Rechtbank Rotterdam 18 december 2002

Alinea 52 Rechtbank Rotterdam 18 december 2002

Een alinea uit Rechtbank Rotterdam 18 december 2002, ECLI:NL:RBROT:2002:AF2141.

In de onderhavige strafzaak zijn over verdachte inlichtingen verzameld door de veiligheidsdienst. Van haar bevindingen, voor zover strafrechtelijk relevant, heeft de veiligheidsdienst in twee ambtsberichten, beide van 17 augustus 2001, mededeling gedaan aan de landelijke officier van justitie, belast met de contacten met de veiligheidsdienst. Met betrekking tot de stelling van de verdediging dat deze overdracht zelf niet rechtmatig is geschied, omdat de machtiging van de minister van Binnenlandse Zaken zoals bedoeld in artikel 12 WIV ontbrak en omdat uit de weergave in het dossier van de inhoud van de ambtsberichten niet blijkt dat deze, zoals artikel 12 WIV ook voorschrijft, zijn ondertekend door het hoofd van de veiligheidsdienst, overweegt de rechtbank dat artikel 12 WIV bij de overdracht van inlichtingen door de veiligheidsdienst aan het OM geen rol speelt. Bepalend is hier artikel 22, lid 3, WIV, zoals ook blijkt uit de toelichting op dit artikel (in het oorspronkelijk ontwerp artikel 25), waarin voorzien wordt in overleg tussen het hoofd van de veiligheidsdienst en het OM.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d613dc8ef4dc6b80ccbaf7e243676fc133496f3137265bbe3ab97b234fb2bb7c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d613dc8ef4dc6b80ccbaf7e243676fc133496f3137265bbe3ab97b234fb2bb7c, en de alinea staat in dat document op bytes 25343 tot 26455.