Citaat | Rechtbank Rotterdam 3 maart 2010

Alinea 95 Rechtbank Rotterdam 3 maart 2010

Een alinea uit Rechtbank Rotterdam 3 maart 2010, ECLI:NL:RBROT:2010:BL7607.

5.2 Niet ter discussie staat dat de hypotheekakte voorziet in een verhaalsvolgorde op grond waarvan eerst de hypotheekbank en pas nadien de bank in aanmerking komt voor verhaal op de opbrengst van de woning (zie het citaat onder 2.4). Deze bepaling heeft logischerwijs pas praktische gevolgen als [X c.s.] jegens beide banken iets verschuldigd zijn. Ter comparitie heeft de bank echter verklaard dat [X c.s.] alleen bij haar en niet (ook) bij de hypotheekbank geld hebben geleend. Die verklaring hebben [gedaagde 1] en [gedaagde 2] niet betwist, zodat zij als vaststaand moet worden aangenomen. Dat betekent dat de bank als enige gerechtigd is tot verhaal op de opbrengst van de woning, ook indien de in de hypotheekakte opgenomen volgorde in acht wordt genomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3dc3b332cb69050c304eaa1c5e1f356f553d9930a7484102610711a3ff171765. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3dc3b332cb69050c304eaa1c5e1f356f553d9930a7484102610711a3ff171765, en de alinea staat in dat document op bytes 16388 tot 17163.