Citaat | Rechtbank Rotterdam 3 maart 2010

Alinea 96 Rechtbank Rotterdam 3 maart 2010

Een alinea uit Rechtbank Rotterdam 3 maart 2010, ECLI:NL:RBROT:2010:BL7607.

5.3 Ter comparitie hebben [gedaagde 1] en [gedaagde 2] er nog op gewezen dat de bank de overeenkomst van geldlening mede als gevolmachtigde van de hypotheekbank heeft ondertekend (zie het desbetreffende citaat onder 2.5). Ook dat kan niet leiden tot de conclusie dat de bank niet-ontvankelijk is. Bepalend is wie aan [X c.s.] geld heeft geleend. De bank heeft (onbetwist) gesteld dat (alleen) zij de uitlener is, waarmee zij kennelijk bedoelt: de bank namens zichzelf en niet namens de hypotheekbank. De door haar overgelegde overeenkomst van geldlening bevestigt die stelling, in die zin dat [X c.s.] daarin verklaren het desbetreffende bedrag “van de bank ter leen te hebben ontvangen”. Waar klaarblijkelijk alleen sprake is van een door de bank (namens zichzelf) uitgeleend bedrag, komt haar positie als gevolmachtigde van de hypotheekbank niet in beeld. De bank is in zoverre dus ontvankelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3dc3b332cb69050c304eaa1c5e1f356f553d9930a7484102610711a3ff171765. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3dc3b332cb69050c304eaa1c5e1f356f553d9930a7484102610711a3ff171765, en de alinea staat in dat document op bytes 17183 tot 18097.