Citaat | Rechtbank Rotterdam 10 februari 2011

Alinea 97 Rechtbank Rotterdam 10 februari 2011

Een alinea uit Rechtbank Rotterdam 10 februari 2011, ECLI:NL:RBROT:2011:BP3913.

De rechtbank wijst er voorts op dat uit de bewoordingen van de brief van de rechtbank van 1 maart 2010 blijkt dat die brief zag op afronding van de inzageperiode als bedoeld in artikel 8:39, tweede lid, van de Awb. Uit deze brief kan niet worden afgeleid dat de gemachtigde van eiseressen naar aanleiding van het verweerschrift niet meer had kunnen verzoeken om afschriften van (door verweerder specifiek in het verweerschrift genoemde) stukken. Dat de gemachtigde van eiseressen de strekking van de brief van 1 maart 2010 anders heeft begrepen dient voor zijn rekening te blijven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ce280c83ea8cac52cae7e97b4ed73a9f38329cce9a4575e8ee98b292d1b06b42. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ce280c83ea8cac52cae7e97b4ed73a9f38329cce9a4575e8ee98b292d1b06b42, en de alinea staat in dat document op bytes 43713 tot 44308.