Citaat | Rechtbank Rotterdam 9 juni 2011

Alinea 64 Rechtbank Rotterdam 9 juni 2011

Een alinea uit Rechtbank Rotterdam 9 juni 2011, ECLI:NL:RBROT:2011:BQ7633.

2.4.12 Volgens vaste jurisprudentie, ook van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM), dient de rechter de hoogte van een opgelegde boete "vol" te toetsen. Dat wil zeggen dat de rechter ten volle beoordeelt of, alle relevante feiten en omstandigheden in aanmerking genomen, onevenredigheid bestaat tussen de overtreding en de opgelegde boete. Deze norm ligt besloten in zowel artikel 3:4, tweede lid, van de Awb als in artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Indien de rechter oordeelt dat deze norm is geschonden, mag hij ook - met gebruikmaking van de bevoegdheid om zijn uitspraak in de plaats te stellen van het door hem vernietigde besluit - zelf een lagere boete opleggen of eventueel de boete op nihil stellen. Ten aanzien van boetes opgelegd wegens op of na 1 juli 2009 gepleegde overtredingen, is de rechter op grond van artikel 8:72a Awb hiertoe zelfs verplicht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8a2b64fad879f002576beefa34af9dc5b2eb1a31b724f8ca8be951c3b1d1ee19. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8a2b64fad879f002576beefa34af9dc5b2eb1a31b724f8ca8be951c3b1d1ee19, en de alinea staat in dat document op bytes 24066 tot 25038.