Citaat | Rechtbank Rotterdam 17 november 2011

Alinea 53 Rechtbank Rotterdam 17 november 2011

Een alinea uit Rechtbank Rotterdam 17 november 2011, ECLI:NL:RBROT:2011:BU5321.

2.7 In het verlengde hiervan kan het betoog van [naam 1] dat overtreding van artikel 102 van het BGfo geen bestraffende sanctie kan rechtvaardigen, omdat deze bepaling in strijd komt met het bepaaldheidgebod als neergelegd in artikel 7 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, niet slagen. Gelet op de wetssystematiek was alleszins voorzienbaar voor [naam 1] dat zij aan AFM diende te melden dat [A] was betrokken in een strafrechtelijk onderzoek en in dat verband meerdere keren was verhoord als verdachte. De rechtbank wijst in dit verband op het arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens van 28 juni 2011 (appl.nr. 577/11, gepubliceerd in NJB 2011/1768 en JV 2011/403) in de zaak het Financieele Dagblad versus Nederland.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b0e8e2cbe26b92bb8178fd3984897f49919be5a3ea48ec7f0b654ec353b1208c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b0e8e2cbe26b92bb8178fd3984897f49919be5a3ea48ec7f0b654ec353b1208c, en de alinea staat in dat document op bytes 18881 tot 19690.