Citaat | Rechtbank Rotterdam 30 augustus 2012

Onder 4.5.3 Rechtbank Rotterdam 30 augustus 2012

Een alinea uit Rechtbank Rotterdam 30 augustus 2012, ECLI:NL:RBROT:2012:9079.

De rechtbank overweegt dat uit de arresten van 21 oktober 2003 (LJN: AF7938) en 24 januari 2012 (LJN: BU5349) van de Hoge Raad (HR) blijkt dat een rechtspersoon kan worden aangemerkt als dader van een strafbaar feit indien de desbetreffende gedraging redelijkerwijs aan hem kan worden toegerekend. De vraag of een gedraging aan de rechtspersoon kan worden toegerekend is vooral afhankelijk van de concrete omstandigheden van het geval, waaronder in elk geval het soort gedraging. De HR heeft bepaald dat het van belang is dat de gedraging is verricht in de sfeer van de rechtspersoon. Daarvan zal sprake zijn indien één of meer van de volgende omstandigheden zich voordoen: het moet gaan om een handelen of nalaten van een persoon die hetzij uit hoofde van zijn dienstbetrekking, hetzij uit anderen hoofde werkzaam is voor de rechtspersoon, de gedraging past binnen de normale bedrijfsvoering van de rechtspersoon, de gedraging is dienstig geweest voor de rechtspersoon in de uitoefening van zijn bedrijf en de rechtspersoon vermocht erover te beschikken of de gedraging al dan niet zou plaatsvinden en zodanig gedrag blijkens de feitelijke gang van zaken door de rechtspersoon werd aanvaard of placht te worden aanvaard. Hierbij wordt onder aanvaarden mede verstaan het niet betrachten van de zorg die in redelijkheid van de rechtspersoon kan worden gevergd met het oog op voorkoming van de gedraging.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/413f8adef9171ac7f91a34646e93e45389b2dfcfbf912417659d9c4bbdb55a27. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 413f8adef9171ac7f91a34646e93e45389b2dfcfbf912417659d9c4bbdb55a27, en de alinea staat in dat document op bytes 60971 tot 62389.