Citaat | Rechtbank Rotterdam 7 juni 2012
Alinea 38 Rechtbank Rotterdam 7 juni 2012
Een alinea uit Rechtbank Rotterdam 7 juni 2012, ECLI:NL:RBROT:2012:BW8335.
16 oktober 2006 tot 17 april 2007 ten onrechte geen bijstand heeft ontvangen geen woonruimte kon betalen en een zwervend bestaan heeft gehad. Volgens eiser is er sprake van een ernstige niet gerechtvaardigde inbreuk op artikel 8, eerste lid, van het EVRM. De rechtbank begrijpt de stelling van eiser aldus dat met een dergelijke inbreuk op een fundamenteel recht sprake is van aantasting van de persoon in de zin van artikel 6:106, eerste lid, aanhef en onder b, van het BW. Zonder de gevolgen daarvan voor eiser te miskennen, ziet de rechtbank evenwel in de niet tijdige uitbetaling van de bijstand over de periode van 16 oktober 2006 tot 17 april 2007 geen dermate ernstige inbreuk op eisers privéleven, dat gesproken zou moeten worden van een aantasting in de persoon als vorenbedoeld. De rechtbank verwijst hierbij naar de uitspraak van de Raad van
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ef0cff21718f1f54527a7c42bae7d1811197dfa0a0863ec24fc60e2725dfddb3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ef0cff21718f1f54527a7c42bae7d1811197dfa0a0863ec24fc60e2725dfddb3, en de alinea staat in dat document op bytes 13749 tot 14616.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ef0cff21718f1f54527a7c42bae7d1811197dfa0a0863ec24fc60e2725dfddb3 | shasum -a 256