Citaat | Rechtbank Rotterdam 7 juni 2012

Alinea 41 Rechtbank Rotterdam 7 juni 2012

Een alinea uit Rechtbank Rotterdam 7 juni 2012, ECLI:NL:RBROT:2012:BW8335.

10.1. Volgens de vaste jurisprudentie (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 4 juni 2009 van de Raad, LJN: BI8665) is de redelijke termijn voor een procedure in drie instanties in beginsel niet overschreden als die procedure in haar geheel niet langer dan vier jaar in beslag heeft genomen. Heeft de totale duur langer dan vier jaar geduurd dan dient vervolgens per instantie te worden bezien of sprake is van een langere behandelingsduur dan gerechtvaardigd, waarbij de verschillende instanties in beginsel binnen de volgende termijnen moeten worden afgerond: bezwaar een half jaar, beroep anderhalf jaar en hoger beroep ten twee jaar mag duren. Hierbij geldt dat doorgaans geen sprake zal zijn van een te lange behandelingsduur in de rechterlijke fase in haar geheel, als deze niet meer dan drie en een half jaar heeft geduurd (zie uitspraak van de Raad van 12 november 2008, LJN: BG5163). Voorts moet volgens de vaste jurisprudentie van de Raad (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 24 maart 2009, LJN: BH9991), in een geval waarin een vernietiging van een besluit op bezwaar leidt tot een hernieuwde behandeling van het bezwaar en - eventueel - een hernieuwde behandeling door de rechter, de overschrijding van de redelijke termijn in beginsel volledig aan het bestuursorgaan worden toegerekend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ef0cff21718f1f54527a7c42bae7d1811197dfa0a0863ec24fc60e2725dfddb3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ef0cff21718f1f54527a7c42bae7d1811197dfa0a0863ec24fc60e2725dfddb3, en de alinea staat in dat document op bytes 14780 tot 16085.