Citaat | Rechtbank Rotterdam 24 april 2013

Alinea 64 Rechtbank Rotterdam 24 april 2013

Een alinea uit Rechtbank Rotterdam 24 april 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:BZ9514.

In de eerste paragraaf van de memorie van toelichting van het wetsvoorstel dat heeft geleid tot de wet RC bakent de minister van justitie de bevoegdheden van de rechter-commissaris af ten opzichte van de bevoegdheden van de officier van justitie waar hij zegt: ‘De officier van justitie heeft de leiding over het opsporingsonderzoek en daarmee tevens over het gehele vooronderzoek. De leiding van de officier van justitie volgt uit zijn verantwoordelijkheid voor de opsporing en vervolging van strafbare feiten. De rechter-commissaris krijgt op zijn beurt de taak om als rechter in het vooronderzoek toezicht uit te oefenen op het verloop van het opsporingsonderzoek.’ ‘De rechter-commissaris opereert niet meer primair als onderzoeksrechter, maar als «rechter in het vooronderzoek» die toezicht houdt op het goede verloop van het vooronderzoek en die op verzoek van de officier van justitie en van de verdachte onderzoekshandelingen verricht. De nieuwe rol wordt voorzien van passende bevoegdheden, zodat de rechter-commissaris weer zorg kan dragen voor voldoende rechterlijke betrokkenheid bij het vooronderzoek.’

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a98f671a3b37861831aa6435515ad3c9558d4a092790f770b1e9d6e2c93c0d2f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a98f671a3b37861831aa6435515ad3c9558d4a092790f770b1e9d6e2c93c0d2f, en de alinea staat in dat document op bytes 14677 tot 15817.