Citaat | Rechtbank Rotterdam 24 april 2013
Alinea 81 Rechtbank Rotterdam 24 april 2013
Een alinea uit Rechtbank Rotterdam 24 april 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:BZ9514.
Uit hetgeen hiervoor is besproken, is af te leiden dat in de fase na dagvaarding aan het zelfstandig onderzoek van de rechter-commissaris een einde is gekomen en dat in die fase de ‘regiefunctie’ toekomt aan de zittingsrechter. Deze bevoegdheidsverdeling strookt met de (kennelijke) keuze van de minister van (Veiligheid en) Justitie om de artikelen 263 en 264 jo. 287 en 288 Sv en 315 jo. 328 Sv niet te wijzigen. Voor de verdediging blijft hierdoor de mogelijkheid bestaan om onderzoekswensen aan de zittingsrechter kenbaar te maken, die daarop moet beslissen. Ook het (nieuwe) derde lid van artikel 316 Sv onderschrijft genoemde bevoegdheidsverdeling tussen de zittingsrechter en de rechter-commissaris door de artikelen 181-184 Sv, de bepalingen over het zelfstandig onderzoek door de rechter-commissaris, niet van overeenkomstige toepassing te verklaren op het onderzoek van de rechter-commissaris in opdracht van de zittingsrechter op grond van artikel 316 lid 1 Sv.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a98f671a3b37861831aa6435515ad3c9558d4a092790f770b1e9d6e2c93c0d2f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a98f671a3b37861831aa6435515ad3c9558d4a092790f770b1e9d6e2c93c0d2f, en de alinea staat in dat document op bytes 22962 tot 23952.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a98f671a3b37861831aa6435515ad3c9558d4a092790f770b1e9d6e2c93c0d2f | shasum -a 256