Citaat | Rechtbank Rotterdam 24 april 2013

Alinea 76 Rechtbank Rotterdam 24 april 2013

Een alinea uit Rechtbank Rotterdam 24 april 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:BZ9515.

Uit het wettelijk systeem, zoals dat blijkens de hierboven en ook kort hiervoor aangehaalde wetsgeschiedenis dient te worden gezien, volgt dat het uitgangspunt is en blijft dat de rechter-commissaris na het uitbrengen van de dagvaarding zijn onderzoekshandelingen beëindigt. De rechter-commissaris is na dat moment alleen dan nog originair bevoegd onderzoekshandelingen te verrichten indien dit handelingen betreffen waartoe reeds voor het uitbrengen van de dagvaarding was besloten én waarvan hij bij proces-verbaal mededeling heeft gedaan in het dossier. Nu behoefte is aan duidelijke verkeersregels, zoals de memorie van toelichting heeft gesteld, kan de enkele mededeling dat het onderzoek nog loopt, niet volstaan. Zou met zo’n mededeling worden volstaan, dan zou onduidelijk kunnen zijn welke autoriteit uiteindelijk beslist op verzoeken of vorderingen tot onderzoekshandelingen en zou de verdachte naar believen de gewenste rechter kunnen adiëren of juist ‘beklemd’ kunnen raken tussen zittingsrechter en rechter-commissaris. Het proces-verbaal waarmee de rechter-commissaris mededeling doet dat zijn onderzoek niet is afgerond, zal derhalve dienen te expliciteren welke onderzoekshandelingen nog concreet zijn beoogd. Alleen dan wordt de (zittings)rechter goed geïnformeerd over de stand van het onderzoek, wat van groot belang is voor de eventuele beslissingen ex artikel 316 Sv, waarop hieronder zal worden ingegaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1645c1fddce893e644cdcd69e9b601b489ca13c6d6c607a23159af586c3fe4f3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1645c1fddce893e644cdcd69e9b601b489ca13c6d6c607a23159af586c3fe4f3, en de alinea staat in dat document op bytes 20819 tot 22269.