Citaat | Rechtbank Rotterdam 24 april 2013
Alinea 96 Rechtbank Rotterdam 24 april 2013
Een alinea uit Rechtbank Rotterdam 24 april 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:BZ9515.
In de fase na verwijzing door de zittingsrechter als bedoeld in artikel 316 lid 1 Sv staat voor de verdachte geen bezwaar meer open. De bepalingen van artikel 182 lid 6 en 183 lid 3 Sv zijn namelijk niet van toepassing na verwijzing. Dit neemt niet weg dat de verdachte zijn afgewezen verzoeken opnieuw kan voorleggen aan de zittingsrechter die in dat geval zal beoordelen in hoeverre die onderzoekswensen noodzakelijk blijken. Zoals hiervoor onder 3.3.3 is overwogen, is het dan aan de zittingsrechter om in het licht van de (on)volledigheid van het reeds verrichte (voor)onderzoek die noodzakelijkheid te beoordelen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1645c1fddce893e644cdcd69e9b601b489ca13c6d6c607a23159af586c3fe4f3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1645c1fddce893e644cdcd69e9b601b489ca13c6d6c607a23159af586c3fe4f3, en de alinea staat in dat document op bytes 28704 tot 29336.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1645c1fddce893e644cdcd69e9b601b489ca13c6d6c607a23159af586c3fe4f3 | shasum -a 256