Citaat | Rechtbank Rotterdam 23 oktober 2015

Onder 4.10 Rechtbank Rotterdam 23 oktober 2015

Een alinea uit Rechtbank Rotterdam 23 oktober 2015, ECLI:NL:RBROT:2015:7553.

Dexia baseert haar vordering op haar stelling dat met de hierboven in r.o. 4.5 genoemde jurisprudentie voor alle afnemers vaststaat hoe de schadevergoeding moet worden vastgesteld, en dat hieraan in alle gevallen is voldaan. Volgens haar is de jurisprudentie volledig uitgekristalliseerd. Wat deze stelling betreft is Dexia evenwel gedurende de looptijd van deze procedure al ingehaald door de feiten. Zo heeft de Hoge Raad op 1 mei 2015 (ECLI:NL:HR:2015:1198) naar aanleiding van een prejudiciële vraag van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch beslist – anders dan het tot dan toe door Dexia ingenomen standpunt – dat de wettelijke rente over de inleg (in gevallen waarin sprake is van een onaanvaardbaar zware financiële last) moet worden berekend vanaf het moment van betaling. Tevens heeft de Hoge Raad op 9 januari 2015 (ECLI:NL:HR:2015:41) beslist dat – anders dan het tot dan toe door Dexia ingenomen standpunt – de toestemming van de echtgenoot op grond van 1:88 BW ook vereist is voor de met Dexia gesloten verlengingsovereenkomsten. De stelling van Dexia dat de jurisprudentie volledig is uitgekristalliseerd, is in zijn algemeenheid dus niet juist.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0519dff64d86dc8ee144f6c91e1991eb0dc863cc4d5207a670b3e934dbda3631. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0519dff64d86dc8ee144f6c91e1991eb0dc863cc4d5207a670b3e934dbda3631, en de alinea staat in dat document op bytes 24062 tot 25256.