Citaat | Rechtbank Rotterdam 21 oktober 2016

Onder 5.6 Rechtbank Rotterdam 21 oktober 2016

Een alinea uit Rechtbank Rotterdam 21 oktober 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:10412.

Eiseres baseert haar vordering ter zake de hoofdsom uitsluitend op artikel 7:406 lid 1 BW en stelt dat zij op het moment van opzegging door gedaagde reeds veel kosten had gemaakt. Zij stelt daartoe dat zij een aantal weken voordat een opleiding zal starten kijkt hoeveel aanmeldingen er zijn. Zijn er voldoende aanmeldingen dan start eiser met de voorbereidingen van de opleiding en worden de onkosten gemaakt, dan wel gaat zij verplichtingen aan die daarna niet meer kunnen worden teruggedraaid. Deze kosten worden door haar, middels de zogenaamde “cost accounting” methode, begroot op € 4.600,84, welke bedrag als volgt is gespecificeerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d59faf4e67e27724e5c080445b2a7d2b1e24198517b5451308a0f7b0847816d2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d59faf4e67e27724e5c080445b2a7d2b1e24198517b5451308a0f7b0847816d2, en de alinea staat in dat document op bytes 17573 tot 18232.