Citaat | Rechtbank Rotterdam 21 oktober 2016

Onder 5.10 Rechtbank Rotterdam 21 oktober 2016

Een alinea uit Rechtbank Rotterdam 21 oktober 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:10412.

Ten aanzien van de overige kosten oordeelt de kantonrechter als volgt. Voorop gesteld wordt dat thans aan kosten iets meer dan één derde van het bedrag dat gedaagde aan kosten voor de gehele opleiding had dienen te betalen wordt opgevoerd. Dit betekent dus alle kosten voor een geheel jaar. Vaststaat echter dat gedaagde nimmer tot afname van de diensten van eiseres is overgegaan en eiseres deze diensten ook niet heeft hoeven leveren. Daar komt bij dat gedaagde heeft gesteld dat er nog een student van de wachtlijst kon worden toegelaten of een student vervroegd kon laten beginnen. Dit is door eiseres niet betwist. Dit had wel op haar weg gelegen als een dergelijke situatie niet aan de orde was. Onduidelijk is hierdoor dan ook gebleven of er een wachtlijst was en of de plek van gedaagde door iemand anders is ingenomen. Daarbij komt dat door eiseres niet is gesteld dat juist door aanmelding dan wel afmelding van gedaagde er voldoende studenten waren en vervolgens juist niet om tot uitvoering van de opleiding over te gaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d59faf4e67e27724e5c080445b2a7d2b1e24198517b5451308a0f7b0847816d2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d59faf4e67e27724e5c080445b2a7d2b1e24198517b5451308a0f7b0847816d2, en de alinea staat in dat document op bytes 21653 tot 22702.