Citaat | Rechtbank Rotterdam 7 april 2016
Onder 18.2. Rechtbank Rotterdam 7 april 2016
Een alinea uit Rechtbank Rotterdam 7 april 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:2179.
De termijn voor de behandeling van de zaak vangt aan wanneer door ACM jegens in dit geval eiser een handeling is verricht waaraan deze in redelijkheid de verwachting heeft ontleend, en in redelijkheid ook de verwachting heeft kunnen ontlenen, dat hem wegens overtreding van de Mw een boete zal kunnen worden opgelegd. In de regel zal deze termijn aanvangen bij het uitbrengen van een rapport als voorzien in artikel 59 van de Mw. In de derde tranche waar eiser onder valt is dit rapport op 27 april 2012 uitgebracht. Eiser heeft geen argumenten aangevoerd dat en waarom hij op een eerder moment heeft verwacht en redelijkerwijs heeft kunnen verwachten dat hem ter zake van de onderhavige overtreding van artikel 6 van de Mw een boete zou worden opgelegd. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding de redelijke termijn voor behandeling van de onderhavige zaak eerder te laten aanvangen dan 27 april 2012.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ffb2a6da139e334203a0e1083d50897ab96b599b32acdab1f3b4107480a77baf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ffb2a6da139e334203a0e1083d50897ab96b599b32acdab1f3b4107480a77baf, en de alinea staat in dat document op bytes 66364 tot 67282.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ffb2a6da139e334203a0e1083d50897ab96b599b32acdab1f3b4107480a77baf | shasum -a 256