Citaat | Rechtbank Rotterdam 7 april 2016

Onder 16.2. Rechtbank Rotterdam 7 april 2016

Een alinea uit Rechtbank Rotterdam 7 april 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:2185.

De termijn voor de behandeling van de zaak vangt aan wanneer door ACM jegens in dit geval eiser een handeling is verricht waaraan deze in redelijkheid de verwachting heeft ontleend, en in redelijkheid ook de verwachting heeft kunnen ontlenen, dat hem wegens overtreding van de Mw een boete zal kunnen worden opgelegd. In de regel zal deze termijn aanvangen bij het uitbrengen van een rapport als voorzien in artikel 59 van de Mw.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ee15bbbc13d881c6e46ab0e124baf1461bbec38ff0d41b8c6e4f1fd066f4fe08. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ee15bbbc13d881c6e46ab0e124baf1461bbec38ff0d41b8c6e4f1fd066f4fe08, en de alinea staat in dat document op bytes 66555 tot 66999.