Citaat | Rechtbank Rotterdam 7 april 2016
Onder 12.7. Rechtbank Rotterdam 7 april 2016
Een alinea uit Rechtbank Rotterdam 7 april 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:2186.
Voor zover eiseres stelt dat de bevoegdheid tot het opleggen van een bestuurlijke sanctie is komen te vervallen, overweegt de rechtbank dat eiseres deelname aan een één enkele inbreuk die heeft geduurd tot 15 december 2009 wordt verweten en dat eiseres niet meer betrokken was bij deze overtreding vijf jaren voordat ACM de boetebesluiten in januari 2013 nam. De rechtbank is van oordeel dat er geen sprake is van verval van de sanctiebevoegdheid, nu ACM op 13 oktober 2009, datum bedrijfsbezoeken, een stuitingshandeling heeft verricht. In haar uitspraak van 20 maart 2014 (ECLI:NL:RBROT:2014:2045, r.o. 70) heeft de rechtbank overwogen dat uit de bewoordingen van artikel 64, tweede lid, van de Mw in samenhang met artikel 24, vierde lid, van de EG Verordening 1/2003, waarbij blijkens de Memorie van Toelichting bij artikel 64 wordt aangesloten, expliciet blijkt dat een onderzoekshandeling waarvan ten minste één bij de overtreding betrokken onderneming schriftelijk in kennis wordt gesteld (tevens) de verjaring stuit ten aanzien van alle ondernemingen die aan de inbreuk hebben deelgenomen. De rechtbank volgt het betoog van eiseres dan ook niet.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2abb0fa1bb227d4104571b9d90ac2121c7363357832cce264bc939649f2cf513. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2abb0fa1bb227d4104571b9d90ac2121c7363357832cce264bc939649f2cf513, en de alinea staat in dat document op bytes 87806 tot 88976.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2abb0fa1bb227d4104571b9d90ac2121c7363357832cce264bc939649f2cf513 | shasum -a 256