Citaat | Rechtbank Rotterdam 7 april 2016
Onder 5.7. Rechtbank Rotterdam 7 april 2016
Een alinea uit Rechtbank Rotterdam 7 april 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:2186.
7. Eiseres stelt - kort samengevat - dat er geen sprake is van een overtreding van artikel 6 van de Mw. De gedragingen in de inzet- en afmijnfase zijn niet mededingingsbeperkend. ACM heeft onvoldoende blijk gegeven de gedragingen in de juiste juridische en economische context te plaatsen. Er zijn legitieme verklaringen voor de samenwerking tussen handelaren. Het ontbreekt aan ‘merkbaarheid’. Er is voldaan aan de voorwaarden voor toepassing van artikel 6, derde lid, van de Mw en er is geen sprake van een voortdurende inbreuk. Eiseres betoogt dat sprake is van vooringenomenheid, schending van het vertrouwensbeginsel en het lex certa beginsel. Die schending staat de bevoegdheid van ACM tot vervolging/beboeting in de weg. Mocht ACM wel bevoegd zijn tot boeteoplegging, dan is ACM uitgegaan van een te hoge boetegrondslag, een te hoge ernstfactor en is geen acht geslagen op het feit dat de betrokken omzet deels is verjaard. Tot slot is eiseres van mening dat het besluit in strijd is met het zorgvuldigheids-, evenredigheids- en het motiveringsbeginsel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2abb0fa1bb227d4104571b9d90ac2121c7363357832cce264bc939649f2cf513. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2abb0fa1bb227d4104571b9d90ac2121c7363357832cce264bc939649f2cf513, en de alinea staat in dat document op bytes 26262 tot 27340.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2abb0fa1bb227d4104571b9d90ac2121c7363357832cce264bc939649f2cf513 | shasum -a 256