Citaat | Rechtbank Rotterdam 7 april 2016

Onder 21.2. Rechtbank Rotterdam 7 april 2016

Een alinea uit Rechtbank Rotterdam 7 april 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:2189.

De termijn voor de behandeling van de zaak vangt aan wanneer door ACM jegens in dit geval eiser een handeling is verricht waaraan deze in redelijkheid de verwachting heeft ontleend, en in redelijkheid ook de verwachting heeft kunnen ontlenen, dat hem wegens overtreding van de Mw een boete zal kunnen worden opgelegd. In de regel zal deze termijn aanvangen bij het uitbrengen van een rapport als voorzien in artikel 59 van de Mw.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/370ea2d78cb3dfd23bc1c2765db805fe5a1704d2be82ea97e0ed11209c9a12d5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 370ea2d78cb3dfd23bc1c2765db805fe5a1704d2be82ea97e0ed11209c9a12d5, en de alinea staat in dat document op bytes 118497 tot 118941.