Citaat | Rechtbank Rotterdam 7 april 2016
Onder 11.6. Rechtbank Rotterdam 7 april 2016
Een alinea uit Rechtbank Rotterdam 7 april 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:2196.
De rechtbank onderschrijft de constateringen van ACM en volgt ACM in haar betoog dat aannemelijk is dat eiseres betrokken is bij deze panden. Wat betreft de stelling van eiseres dat niet is aangetoond dat er betalingen zijn ontvangen, verwijst de rechtbank naar hetgeen onder randnummer 11.3 is overwogen. Ter zitting is door de gemachtigde van eiseres gesteld dat het pand [straatnaam 4] te [plaats] een ‘slaggelopen pand’ betreft dat als naveiling is meegeteld. De rechtbank overweegt dat uit de stukken met betrekking tot dit pand blijkt dat de inzetprijs dezelfde is als de uitmijnprijs, zodat de stelling van de gemachtigde van eiseres dat het een ‘slaggelopen pand’ betreft aannemelijk is. Nu ACM stelt dat zij alleen betrokkenheid bij niet-slaggelopen panden in aanmerking neemt, is de rechtbank van oordeel dat dit pand dient te vervallen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3d877da02e2c1d69448dc8d9f37b395ed5ebc1c08e0874455a3e1efa23b32b5b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3d877da02e2c1d69448dc8d9f37b395ed5ebc1c08e0874455a3e1efa23b32b5b, en de alinea staat in dat document op bytes 80309 tot 81179.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3d877da02e2c1d69448dc8d9f37b395ed5ebc1c08e0874455a3e1efa23b32b5b | shasum -a 256