Citaat | Rechtbank Rotterdam 7 april 2016
Onder 18.2. Rechtbank Rotterdam 7 april 2016
Een alinea uit Rechtbank Rotterdam 7 april 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:2196.
De rechtbank is verder van oordeel dat ACM de door eiseres gestelde discrepantie met de beschikkingenpraktijk van ACM voldoende heeft weerlegd. ACM stelt dat, hoewel zaken zich onderling moeilijk laten vergelijken nu iedere zaak zijn eigen bijzondere feiten en omstandigheden kent, de ernstfactor in deze zaak niet afwijkt van de ernstfactor zoals gehanteerd in eerdere zaken. In de door eiseres genoemde zaak “Midden IJssel” ging het niet om een heimelijk kartel en was er bovendien sprake van een markt in transitie, zodat de vergelijking alleen daarom al niet op gaat. De rechtbank is van oordeel dat ACM hiermee op toereikende wijze heeft gemotiveerd dat geen sprake is van willekeurige boeteoplegging.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3d877da02e2c1d69448dc8d9f37b395ed5ebc1c08e0874455a3e1efa23b32b5b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3d877da02e2c1d69448dc8d9f37b395ed5ebc1c08e0874455a3e1efa23b32b5b, en de alinea staat in dat document op bytes 106293 tot 107016.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3d877da02e2c1d69448dc8d9f37b395ed5ebc1c08e0874455a3e1efa23b32b5b | shasum -a 256