Citaat | Rechtbank Rotterdam 7 april 2016

Onder 5.7. Rechtbank Rotterdam 7 april 2016

Een alinea uit Rechtbank Rotterdam 7 april 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:2196.

7. Eiseres stelt - kort samengevat - dat er geen sprake is van een overtreding van artikel 6 van de Mw. De gedragingen in de inzet- en afmijnfase zijn niet mededingingsbeperkend. ACM heeft onvoldoende blijk gegeven de gedragingen in de juiste juridische en economische context te plaatsen. Er zijn legitieme verklaringen voor de samenwerking tussen handelaren. Het ontbreekt aan ‘merkbaarheid’. Er is voldaan aan de voorwaarden voor toepassing van artikel 6, derde lid, van de Mw en er is geen sprake van een voortdurende inbreuk. Banken, notarissen, veilingmeesters, rechtbanken en ACM waren al die jaren op de hoogte en hebben de samenwerking nooit verboden, nooit waarschuwingen uitgedeeld of andere instructies afgekondigd. Dat deze instanties bij het gehele onderzoek niet zijn meegenomen, acht hij onbegrijpelijk en onterecht. Eiseres betoogt dat sprake is van vooringenomenheid, schending van het vertrouwensbeginsel en het lex certa beginsel die de bevoegdheid van ACM tot vervolging/beboeting in de weg staan. Mocht ACM wel bevoegd zijn tot boeteoplegging, dan is ACM uitgegaan van een te hoge ernstfactor. Tot slot is eiseres van mening dat het bestreden besluit in strijd is met het evenredigheidsbeginsel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3d877da02e2c1d69448dc8d9f37b395ed5ebc1c08e0874455a3e1efa23b32b5b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3d877da02e2c1d69448dc8d9f37b395ed5ebc1c08e0874455a3e1efa23b32b5b, en de alinea staat in dat document op bytes 25719 tot 26954.