Citaat | Rechtbank Rotterdam 7 april 2016
Onder 8.18. Rechtbank Rotterdam 7 april 2016
Een alinea uit Rechtbank Rotterdam 7 april 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:2201.
Voor zover eiser betoogt dat ACM dermate oppervlakkige en open vragen heeft gesteld dat dit de bewijswaarde van de verklaringen aantast, kan de rechtbank dit betoog niet volgen. In dit verband wijst de rechtbank er op dat ACM in haar onderzoek juist dient te voorkomen dat er sprake is van een sturende vraagstelling en dat zij het stellen van gesloten vragen dient te voorkomen, zie ook de uitspraak van 3 april 2014 van de rechtbank (ECLI:NL:RBROT:2014:2273). ACM heeft dan ook terecht gekozen voor het stellen van open vragen. De afgelegde verklaringen zijn voorts naar het oordeel van de rechtbank dermate gedetailleerd dat de typering door eiser van ‘oppervlakkigheid’ hier niet op past.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f30bcb28333f7399b0c6cc2b3da6d4a19aa35507a6add05eb5406d0f7fa6b871. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f30bcb28333f7399b0c6cc2b3da6d4a19aa35507a6add05eb5406d0f7fa6b871, en de alinea staat in dat document op bytes 53777 tot 54486.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f30bcb28333f7399b0c6cc2b3da6d4a19aa35507a6add05eb5406d0f7fa6b871 | shasum -a 256