Citaat | Rechtbank Rotterdam 7 april 2016
Onder 15.11. Rechtbank Rotterdam 7 april 2016
Een alinea uit Rechtbank Rotterdam 7 april 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:2201.
16. Eiser betoogt - onder verwijzing naar de uitspraak van 1 juli 2010 van de rechtbank (ECLI:NL:RBROT:2010:BM9911) - dat een deel van de betrokken omzet verjaard is en buiten beschouwing zou moeten worden gelaten. De rechtbank overweegt dat dit betoog van eiser niet slaagt, nu het CBb in zijn uitspraak van 10 april 2014 (ECLI:NL:CBB:2014:118) heeft overwogen dat artikel 64 van de Mw, blijkens de tekst, uitsluitend ziet op de bevoegdheid van ACM om een boete op te leggen. Als die bevoegdheid niet is komen te vervallen wegens het verstrijken van de termijn van vijf jaar, dan valt niet in te zien dat dit artikel een rol behoort te spelen bij het bepalen van de boetegrondslag.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f30bcb28333f7399b0c6cc2b3da6d4a19aa35507a6add05eb5406d0f7fa6b871. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f30bcb28333f7399b0c6cc2b3da6d4a19aa35507a6add05eb5406d0f7fa6b871, en de alinea staat in dat document op bytes 108796 tot 109492.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f30bcb28333f7399b0c6cc2b3da6d4a19aa35507a6add05eb5406d0f7fa6b871 | shasum -a 256