Citaat | Rechtbank Rotterdam 7 april 2016
Onder 20.3. Rechtbank Rotterdam 7 april 2016
Een alinea uit Rechtbank Rotterdam 7 april 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:2201.
Zoals het CBb in eerdere uitspraken waarin overschrijding van de redelijke termijn aan de orde was, heeft overwogen (zie bijvoorbeeld de uitspraken van 3 juli 2008, ECLI:NL:CBB:2008:BD6629, 7 juli 2010 ECLI:NL:CBB:2010:BN0540, 1 december 2011, ECLI:NL:CBB:2011:BU9151 en 13 december 2012, ECLI:NL:CBB:2012:BZ2037) kan de redelijkheid van deze termijn niet in abstracto worden bepaald maar moet deze in iedere zaak worden beoordeeld in het licht van de omstandigheden van dat specifieke geval. Hierbij moeten in aanmerking worden genomen de ingewikkeldheid, zowel feitelijk als juridisch, van de zaak en het gedrag van zowel de betrokken onderneming als van het bestuursorgaan waarbij mede van belang is hetgeen voor de betrokken onderneming op het spel staat.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f30bcb28333f7399b0c6cc2b3da6d4a19aa35507a6add05eb5406d0f7fa6b871. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f30bcb28333f7399b0c6cc2b3da6d4a19aa35507a6add05eb5406d0f7fa6b871, en de alinea staat in dat document op bytes 121382 tot 122155.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f30bcb28333f7399b0c6cc2b3da6d4a19aa35507a6add05eb5406d0f7fa6b871 | shasum -a 256