Citaat | Rechtbank Rotterdam 7 april 2016

Onder 5.7. Rechtbank Rotterdam 7 april 2016

Een alinea uit Rechtbank Rotterdam 7 april 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:2201.

7. Eiser stelt - kort samengevat - dat er geen sprake is van een overtreding van artikel 6 van de Mw. De gedragingen in de inzet- en afmijnfase zijn niet mededingingsbeperkend. ACM heeft onvoldoende blijk gegeven de gedragingen in de juiste juridische en economische context te plaatsen. Er zijn legitieme verklaringen voor de samenwerking tussen handelaren. Het ontbreekt aan ‘merkbaarheid’. Er is voldaan aan de voorwaarden voor toepassing van artikel 6, derde lid, van de Mw en er is geen sprake van een voortdurende inbreuk. Eiser betoogt dat sprake is van vooringenomenheid, schending van het vertrouwensbeginsel en het lex certa beginsel. Die schending staat de bevoegdheid van ACM tot vervolging/beboeting in de weg. Mocht ACM wel bevoegd zijn tot boeteoplegging, dan is ACM uitgegaan van een te hoge boetegrondslag, een te hoge ernstfactor en is geen acht geslagen op het feit dat de betrokken omzet deels is verjaard. Tot slot is eiser van mening dat de besluiten in strijd zijn met het zorgvuldigheids-, evenredigheids- en het motiveringsbeginsel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f30bcb28333f7399b0c6cc2b3da6d4a19aa35507a6add05eb5406d0f7fa6b871. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f30bcb28333f7399b0c6cc2b3da6d4a19aa35507a6add05eb5406d0f7fa6b871, en de alinea staat in dat document op bytes 25734 tot 26809.