Citaat | Rechtbank Rotterdam 28 april 2016

Onder 5.3. Rechtbank Rotterdam 28 april 2016

Een alinea uit Rechtbank Rotterdam 28 april 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:2885.

De rechtbank is van oordeel dat van eiser redelijkerwijs verwacht had mogen worden dat hij de antennemast na de vorige overtreding definitief had ontmanteld dan wel had laten ontmantelen, teneinde een nieuwe overtreding te voorkomen, zeker waar eiser zelf stelt - wat daar verder ook van zij - dat hij zijn zoon, gezien diens beperking, er moeilijk van kan weerhouden om toch gebruik te maken van de apparatuur teneinde een illegale uitzending te verzorgen. Als hoofdbewoner van het pand lag het in eisers macht om dit te doen. De stelling van eiser dat hij in verband met gezondheidsklachten en financiële omstandigheden daartoe niet in staat was, volgt de rechtbank niet. Los van het feit dat eiser het door hem gestelde niet met stukken heeft onderbouwd, is de rechtbank van oordeel dat eiser het in eigen hand heeft gehad om, zo nodig met de hulp van anderen, een overtreding en daarmee opnieuw een boete, te voorkomen. Nu eiser evenwel niets heeft ondernomen is hij tekort geschoten in dat wat redelijkerwijs van hem verwacht mocht worden om de wederrechtelijke gedraging te voorkomen en is hij, als functioneel dader, aansprakelijk voor de op 29 augustus 2014 begane overtreding. Verweerder was bevoegd hem daarvoor een boete op te leggen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a3adeecabf7bc0c70ab519f7652b913059e0e2650fb17fd19a074efcfeac7985. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a3adeecabf7bc0c70ab519f7652b913059e0e2650fb17fd19a074efcfeac7985, en de alinea staat in dat document op bytes 17344 tot 18603.