Citaat | Rechtbank Rotterdam 7 juni 2016
Onder 5.3. Rechtbank Rotterdam 7 juni 2016
Een alinea uit Rechtbank Rotterdam 7 juni 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:4300.
Wanneer de hiervoor ontwikkelde uitgangspunten worden toegepast op de feiten in de onderhavige kwestie, dan constateert de kantonrechter allereerst dat tussen partijen vaststaat dat [Makelaardij X] [verzoekster] tijdens een persoonlijk gesprek op kantoor op 15 december 2015 heeft aangesproken op het onterecht incasseren van courtages door de onderneming van [D.]. Tijdens de mondelinge behandeling op 18 april 2016 heeft [Makelaardij X] verklaard dat [verzoekster] tijdens dat gesprek in tranen bekend heeft [D.] en zij zelf een onderneming begonnen waren in de makelaarsbranche en gelden geïncasseerd hadden die toekwamen aan [Makelaardij X]. [verzoekster] heeft die stelling overigens gemotiveerd betwist, waarbij zij gesteld heeft dat [Makelaardij X] haar tijdens dat gesprek verzocht heeft om zelf ontslag te nemen. [verzoekster] heeft tevens gesteld dat zij [Makelaardij X] een paar dagen later heeft laten weten dat zij zelf geen ontslag zou nemen en zij heeft [Makelaardij X] uitgenodigd om met een beëindigingsvoorstel te komen. Volgens [verzoekster] heeft de werkgever daarna echter niet meer gereageerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2087f3a29699478af089390094f1a6b938188b227f4174510a85a139d55362b6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2087f3a29699478af089390094f1a6b938188b227f4174510a85a139d55362b6, en de alinea staat in dat document op bytes 27944 tot 29074.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2087f3a29699478af089390094f1a6b938188b227f4174510a85a139d55362b6 | shasum -a 256