Citaat | Rechtbank Rotterdam 7 juni 2016

Onder 5.4. Rechtbank Rotterdam 7 juni 2016

Een alinea uit Rechtbank Rotterdam 7 juni 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:4300.

Als uitgangspunt geldt dat een ontslag op staande voet een ultimum remedium is dat gelet op de verstrekkende gevolgen slechts gegeven mag worden als van de werkgever niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst met de betreffende werknemer nog langer te laten voortduren. Op grond van artikel 7:678 lid 1 BW worden als dringende redenen in de zin van artikel 7:677 BW beschouwd zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van de werknemer, die ten gevolge hebben dat van de werkgever redelijkerwijs niet verlangd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Bij de beoordeling van de vraag of van zodanige dringende redenen sprake is moeten alle omstandigheden van het geval, in onderling verband, in aanmerking worden genomen, waarbij ook de persoonlijke omstandigheden van de werknemer betrokken moeten worden, zoals zijn leeftijd, de duur van de arbeidsovereenkomst en de gevolgen die een ontslag op staande voet voor hem hebben.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2087f3a29699478af089390094f1a6b938188b227f4174510a85a139d55362b6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2087f3a29699478af089390094f1a6b938188b227f4174510a85a139d55362b6, en de alinea staat in dat document op bytes 31218 tot 32176.