Citaat | Rechtbank Rotterdam 7 juni 2016

Onder 5.7. Rechtbank Rotterdam 7 juni 2016

Een alinea uit Rechtbank Rotterdam 7 juni 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:4300.

Zoals hiervoor ook al overwogen heeft [verzoekster] ervoor gekozen om min of meer op hetzelfde moment twee procedures aanhangig te maken, te weten de onderhavige verzoekschriftprocedure en de hiervoor genoemde dagvaardingsprocedure, waarin zij de veroordeling van [Makelaardij X] vordert tot betaling van achterstallig salaris over de periode van 15 september 2015 tot 8 januari 2016, de datum van het ontslag op staande voet. Anders dan [verzoekster] bij monde van haar gemachtigde met stelligheid heeft bepleit bestond er voor een dergelijke handelwijze geen enkele aanleiding. Het derde lid van artikel 7:686a BW regelt immers dat in gedingen onder meer gebaseerd op artikel 7681 – zoals hier het geval is – daarmee verband houdende vorderingen met een verzoekschrift in plaats van een dagvaarding kunnen worden ingeleid. Het gaat daarbij om alle mogelijke vorderingen die bij beëindiging van een arbeidsovereenkomst (of een herstel daarvan) kunnen worden ingesteld zoals bijvoorbeeld een vordering uit achterstallig loon. Anders dan de gemachtigde van [verzoekster] heeft gesteld is daarbij niet relevant op welk moment die vordering is ontstaan. Met die combinatie van vorderingen heeft de wetgever doelmatigheidsredenen voor ogen gehad. De wetgever wilde niet alleen een dubbele rechtsgang voorkomen, maar wilde ook onnodige belasting van het gerechtelijke apparaat voorkomen, door één (verzoekschrift) procedure mogelijk te maken, in plaats van twee procedures.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2087f3a29699478af089390094f1a6b938188b227f4174510a85a139d55362b6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2087f3a29699478af089390094f1a6b938188b227f4174510a85a139d55362b6, en de alinea staat in dat document op bytes 37891 tot 39379.