Citaat | Rechtbank Rotterdam 18 juli 2016

Onder 5.2. Rechtbank Rotterdam 18 juli 2016

Een alinea uit Rechtbank Rotterdam 18 juli 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:5439.

In punt 51 van het arrest Arcor heeft het Hof het in het arrest Kühne en Heitz neergelegde uitgangspunt herhaald dat overeenkomstig het rechtszekerheidsbeginsel het gemeenschapsrecht niet eist dat een bestuursorgaan in beginsel moet terugkomen op een besluit van een bestuursorgaan dat definitief is geworden na het verstrijken van een redelijke beroepstermijn of na uitputting van rechtsmiddelen. Indien het bestuursorgaan naar nationaal recht verplicht is een definitief geworden bestuursbesluit in te trekken wanneer dit kennelijk onverenigbaar is met het nationale recht, moet dezelfde verplichting volgens het Hof bestaan wanneer dit besluit onverenigbaar is met het Unierecht. Dit dient door de nationale rechter te worden beoordeeld (zie arrest Arcor, punten 69 en 71). Die situatie doet zich hier niet voor. Op grond van het Nederlandse bestuursrecht, te weten artikel 4:6 van de Awb, dient het bestuursorgaan enkel een definitief geworden besluit te heroverwegen indien sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling, bijvoorbeeld de uitspraak van 17 december 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4551, kan een rechterlijke uitspraak niet worden aangemerkt als een nieuw gebleken feit, een veranderde omstandigheid of een wijziging van recht. [het Arrest] is dan ook geen novum zodat artikel 4:6 van de Awb verweerder niet verplicht tot intrekking van de boetebeschikking. Daarbij merkt de rechtbank op dat uit het Unierecht niet volgt dat aan een besluit dat in strijd is met het Unierecht, geen formele rechtskracht toekomt (zie het arrest Kühne en Heitz, punt 24). De omstandigheid dat het om dezelfde overtreding gaat als waarop [het Arrest] ziet en in zoverre sprake is van gelijke gevallen, is geen bijzondere omstandigheid die maakt dat een uitzondering op dit uitgangspunt dient worden gemaakt. Daarbij is van belang dat eiseres de mogelijkheid heeft gehad om evenals [Bedrijf II] tegen de boetebeschikking rechtsmiddelen aan te wenden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b88690da69f75c0a0592ac8f10f400993728a82e0d385bc2933e7ef34b954e7a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b88690da69f75c0a0592ac8f10f400993728a82e0d385bc2933e7ef34b954e7a, en de alinea staat in dat document op bytes 18274 tot 20275.