Citaat | Rechtbank Rotterdam 13 oktober 2016
Onder 5.2. Rechtbank Rotterdam 13 oktober 2016
Een alinea uit Rechtbank Rotterdam 13 oktober 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:7663.
ACM heeft in haar brieven van 6 en 21 april 2016 een toelichting gegeven op haar werkwijze bij de samenstelling van het procesdossier en op de door haar toegepaste prismanummering. Voorts heeft de rechtbank kennis genomen van de correspondentie die [eiseres 2] en ACM vanaf september 2015 over dit onderwerp hebben gevoerd. De rechtbank stelt vast dat om interne redenen van ACM aan elk document dat bij ACM binnenkomt een prismanummer wordt toegekend (ook bijvoorbeeld indien het om dubbele stukken gaat die van meerdere bronnen zijn verkregen) en dat vervolgens bij de samenstelling van een procesdossier stukken worden voorzien van dossiernummers, waarbij onder meer dubbeling van stukken zoveel mogelijk wordt voorkomen. Documenten die vertrouwelijk zijn jegens andere betrokken ondernemingen en personen worden bovendien alleen opgenomen in het procesdossier van degene van wie die vertrouwelijke gegevens afkomstig zijn. Dit verklaart volgens ACM waarom niet alle van een prismanummer voorziene stukken zich in het procesdossier bevinden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ec10fcdb01210c79c2dd7f374503eebf96da02c0a725a6e62aa0347e082bcd07. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ec10fcdb01210c79c2dd7f374503eebf96da02c0a725a6e62aa0347e082bcd07, en de alinea staat in dat document op bytes 24602 tot 25659.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ec10fcdb01210c79c2dd7f374503eebf96da02c0a725a6e62aa0347e082bcd07 | shasum -a 256