Citaat | Rechtbank Rotterdam 13 oktober 2016
Onder 8.1. Rechtbank Rotterdam 13 oktober 2016
Een alinea uit Rechtbank Rotterdam 13 oktober 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:7663.
Op grond van vaste rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU, zie het arrest van 11 september 2014 inzake Groupement des cartes bancaires tegen de Europese Commissie, C-67/13 P, ECLI:EU:C:2014:2204, punt 53) moet bij de beoordeling of een overeenkomst tussen ondernemingen de mededinging in die mate negatief beïnvloedt dat deze kan worden geacht een mededingingsbeperkende strekking in de zin van (thans) artikel 101, eerste lid, van het VWEU te hebben, worden gelet op de bewoordingen en de doelstellingen ervan, alsook op de economische en juridische context. Bij de beoordeling van die context moet ook rekening worden gehouden met de aard van de betrokken goederen of diensten en met de daadwerkelijke voorwaarden voor het functioneren en de structuur van de betrokken markt of markten. Indien vaststaat dat een onderling afgestemde feitelijke gedraging een mededingingsbeperkende strekking heeft, hoeft niet meer te worden onderzocht of en in welke mate een gevolg van deze gedraging daadwerkelijk intreedt (zie ook de uitspraak van de rechtbank van 18 december 2014, ECLI:RBROT:2014:10129 , r.o. 10.2).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ec10fcdb01210c79c2dd7f374503eebf96da02c0a725a6e62aa0347e082bcd07. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ec10fcdb01210c79c2dd7f374503eebf96da02c0a725a6e62aa0347e082bcd07, en de alinea staat in dat document op bytes 38560 tot 39709.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ec10fcdb01210c79c2dd7f374503eebf96da02c0a725a6e62aa0347e082bcd07 | shasum -a 256