Citaat | Rechtbank Rotterdam 25 oktober 2016

Onder 5.5. Rechtbank Rotterdam 25 oktober 2016

Een alinea uit Rechtbank Rotterdam 25 oktober 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:8049.

Eisers stelling dat verweerder niet voldoende adequaat heeft gehandeld, nu al vanaf 7 mei 2013 het vermoeden bestond van ondergronds bankieren in de winkel van eiser, volgt de rechtbank niet. Verweerder is door middel van de bestuurlijke rapportage van 15 december 2014 op de hoogte gesteld van de strafrechtelijke onderzoeken naar de winkel van eiser. De periode tussen de ontvangst van de informatie en het primaire besluit is minder dan twee maanden, welke periode door verweerder onder meer is gebruikt om eiser de gelegenheid te bieden zijn zienswijze naar voren te brengen. Deze periode is niet onredelijk lang. Gelet op het voorgaande deelt de rechtbank eisers stelling dat verweerder zich er onvoldoende van heeft vergewist of de bestuurlijke rapportage op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen en of de feiten de conclusie kunnen dragen, evenmin.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca33e7d7eed305d681b6acb7fff8fd8c35f2cb9418001877453816823f31af51. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca33e7d7eed305d681b6acb7fff8fd8c35f2cb9418001877453816823f31af51, en de alinea staat in dat document op bytes 22826 tot 23695.