Citaat | Rechtbank Rotterdam 17 november 2016

Onder 2.7. Rechtbank Rotterdam 17 november 2016

Een alinea uit Rechtbank Rotterdam 17 november 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:8599.

NZa heeft vervolgens beoordeeld of er matigende omstandigheden zijn. De negatieve persberichten over de stichting en eiseres naar aanleiding van een gepubliceerde eerdere aanwijzing van NZa, nopen volgens NZa niet tot matiging, omdat zij zorgvuldig heeft gehandeld. De omstandigheid dat eiseres heeft meegewerkt door aanstonds te erkennen dat zij verantwoordelijk was voor de bedrijfsvoering, levert volgens NZa evenmin grond op voor matiging, omdat eiseres geen verdergaande verantwoordelijkheid heeft genomen dan waartoe zij wettelijk gezien gehouden was. De omstandigheid dat eiseres vijf dagen in voorlopige hechtenis heeft gezeten noopt daar volgens NZa evenmin toe, omdat die voorlopige hechtenis zag op een verdenking van uitkeringsfraude. De omstandigheid dat de stichting en eiseres bij vonnis van de rechtbank van 17 juli 2013 (ECLI:NL:RBROT:2013:5587) zijn veroordeeld tot betaling van € 73.397,-, vermeerderd met wettelijke rente, aan DSW Zorgverzekeraar U.A., wegens ten onrechte gedeclareerde zorg, en bij vonnis van de kanonrechter van 19 december 2014 (zaaknummer 3630822) zijn veroordeeld tot betaling van € 9.019,59, vermeerderd met wettelijke rente, aan Coöperatie VGZ U.A., levert evenmin grond op voor matiging volgens NZa, omdat die veroordelingen zien op andere declaraties dan die in de zeven nader onderzochte dossiers. Het alsnog verstrekken van informatie levert voorts geen grond op voor matiging van de boete wegens overtreding van artikel 61 van de Wmg, aldus NZa. Wel heeft NZa gemeend het totale boetebedrag te moeten matigen tot € 115.000,- wegens de duur van de boeteprocedure. Daarbij is overwogen dat een deel van de vertraging is te wijten aan de stichting en eiseres, maar dat aan NZa is toe te rekenen dat de zaak nog een keer moest worden teruggezonden naar het onderzoeksteam teneinde de vier aanvullende ordners alsnog inhoudelijk te beoordelen. Deze boete van € 115.000,- is zowel aan de stichting als aan eiseres opgelegd, met dien verstande dat bij betaling door de een de ander is gekwijt van de verplichting tot betaling. Bij het bestreden besluit is deze boeteoplegging gehandhaafd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/69dcd802026f11f43bccb64251ac8285fbb75f2b01e17c416c760329ea87b7b2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 69dcd802026f11f43bccb64251ac8285fbb75f2b01e17c416c760329ea87b7b2, en de alinea staat in dat document op bytes 26550 tot 28703.