Citaat | Rechtbank Rotterdam 17 november 2016
Onder 5.3. Rechtbank Rotterdam 17 november 2016
Een alinea uit Rechtbank Rotterdam 17 november 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:8599.
De rechtbank is van oordeel dat artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM), waarin het zwijgrecht impliciet wordt gewaarborgd, aan het vorenstaande niet in de weg staat. Dat ten tijde van de vordering niet kon worden uitgesloten dat de door eiseres te verstrekken inlichtingen zullen worden gebruikt voor het opleggen van een boete aan haar – een criminal charge – maakt dit niet anders. De rechtbank neemt hierbij in ogenschouw dat de vier ordners – anders dan eiseres meent – niet als wilsonafhankelijk materiaal moeten worden aangemerkt. De Hoge Raad heeft ten aanzien van gegevens die moeten worden verstrekt met het oog op belastingafdracht geoordeeld dat voor het antwoord op de vraag of sprake is van wilsonafhankelijk materiaal bepalend is of het materiaal in fysieke zin bestaat los van de wil van de betrokkene en niet of het materiaal al dan niet zonder medewerking van de betrokkene kan worden verkregen (HR 24 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:1141 en HR 29 mei 2015, ECLI:NL:HR:2015:1359). Daaruit volgt dat bij administratieve gegevens – anders dan in het geval van een mondelinge of schriftelijke verklaring – sprake is van wilsonafhankelijk materiaal, nu deze gegevens bestaan. De rechtbank ziet geen aanleiding om ten aanzien van de gegevensverstrekking op grond van de Wmg tot een andere maatstaf te komen. De gestelde omstandigheid dat de ordners in kwestie - die administratieve gegevens bevatten - door eiseres zelf zijn samengesteld en dat zij medewerking heeft verleend door deze gegevens te overleggen, doen er niet aan af dat sprake is van wilsonafhankelijk materiaal. Voorts heeft geen dwang met betrekking tot de toepassing van artikel 61 van de Wmg plaatsgevonden. Eiseres heeft immers uit eigen beweging de vier ordners - om haar moverende redenen - overgelegd nadat boeterapport 1 was opgemaakt, waarin was geconcludeerd dat de artikelen 35 en 36 van de Wmg waren overtreden. Van dwang vergelijkbaar als in de door eiseres genomde zaak J.B. tegen Zwitserland is dus geen sprake. Voor bewijsuitsluiting ziet de rechtbank dan ook geen aanleiding. De overtreding van artikel 61 van de Wmg door eiseres staat daarom vast.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/69dcd802026f11f43bccb64251ac8285fbb75f2b01e17c416c760329ea87b7b2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 69dcd802026f11f43bccb64251ac8285fbb75f2b01e17c416c760329ea87b7b2, en de alinea staat in dat document op bytes 32115 tot 34366.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/69dcd802026f11f43bccb64251ac8285fbb75f2b01e17c416c760329ea87b7b2 | shasum -a 256