Citaat | Rechtbank Rotterdam 23 november 2016

Onder 4.11. Rechtbank Rotterdam 23 november 2016

Een alinea uit Rechtbank Rotterdam 23 november 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:9380.

[eiser] was ten tijde van het afsluiten van de verzekering werkzaam als zelfstandig drukker (via een vennootschap onder firma) en sloot die verzekering ook af met het oog op dat beroep. Dat betekent echter niet noodzakelijk dat [eiser] bij het aangaan van de overeenkomst handelde voor doeleinden die binnen zijn bedrijfs- of beroepsactiviteit vallen. Uit onder meer het arrest Costea (HvJ EU 3 september 2015, ECLI:EU:C:2015:538) volgt dat vanwege de door de Richtlijn beoogde bescherming de hoedanigheid van partijen bij de betreffende overeenkomst van belang is. Beoordeeld moet worden of [eiser] zich als consument tegenover De Amersfoortse in een zwakkere positie bevond en over minder informatie beschikte, waardoor hij met de door De Amersfoortse opgestelde voorwaarden moest instemmen zonder op de inhoud daarvan invloed te kunnen uitoefenen. Het begrip “consument” is daarbij een objectief begrip dat losstaat van de concrete kennis waarover de betrokkene kan beschikken of waarover deze daadwerkelijk beschikt. Bij de beoordeling daarvan moet rekening worden gehouden met alle bewijsstukken, in het bijzonder met de bewoordingen van die overeenkomst, alsmede met alle omstandigheden van geval, met name met de aard en het doel van de geleverde dienst waarop de overeenkomst betrekking heeft.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d43e2e72c17efaf5d2b0f4a4a93a46f22459ebd1810ba12d077ad05e8f085b1e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d43e2e72c17efaf5d2b0f4a4a93a46f22459ebd1810ba12d077ad05e8f085b1e, en de alinea staat in dat document op bytes 41025 tot 42353.