Citaat | Rechtbank Rotterdam 21 april 2017
Alinea 22 Rechtbank Rotterdam 21 april 2017
Een alinea uit Rechtbank Rotterdam 21 april 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:3039.
3. Volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB), waaronder de uitspraak van 26 februari 2013 (ECLI:NL:CRVB:2013:BZ2374), vloeit uit artikel 35, eerste lid, van de Pw gelezen in samenhang met artikel 11, eerste lid, van de Pw voort dat in beginsel geen plaats is voor verlening van bijzondere bijstand voor kosten waarin ten tijde van de aanvraag reeds is voorzien. De rechtbank stelt vast dat eiser bij zijn aanvraag een betalingsbewijs heeft overgelegd, waaruit blijkt dat hij € 60,- heeft betaald aan mr. Fijma. Ter zitting is gebleken dat eiser dit bedrag op dezelfde dag heeft voldaan als waarop hij bijzondere bijstand heeft aangevraagd. Nu eiser het bedrag van € 60,- reeds had betaald bij zijn aanvraag, heeft verweerder de aanvraag op goede gronden afgewezen. Van bijzondere omstandigheden die een uitzondering op deze rechtsregel rechtvaardigen is de rechtbank niet gebleken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/89ebb8fb02030f5fdc88db98f280ba4028e5ae4970e129dd187e9c339c6a6aa8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 89ebb8fb02030f5fdc88db98f280ba4028e5ae4970e129dd187e9c339c6a6aa8, en de alinea staat in dat document op bytes 8780 tot 9703.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/89ebb8fb02030f5fdc88db98f280ba4028e5ae4970e129dd187e9c339c6a6aa8 | shasum -a 256