Citaat | Rechtbank Rotterdam 21 april 2017

Alinea 35 Rechtbank Rotterdam 21 april 2017

Een alinea uit Rechtbank Rotterdam 21 april 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:3039.

13. Evenmin slaagt eisers betoog dat verweerder de nader overgelegde stukken in de bezwaarprocedure inhoudelijk had moeten beoordelen. Volgens vaste rechtspraak (bijvoorbeeld de uitspraak van de CRvB van 25 september 2007, ECLI:NL:CRVB:2007:BB5267) brengen de aard en inhoud van het besluit, dat strekt tot het buiten behandeling stellen van de aanvraag om bijstand, in beginsel mee dat geen betekenis toekomt aan gegevens of bescheiden die na het nemen van dat besluit alsnog zijn verstrekt. Van dat uitgangspunt kan worden afgeweken indien de betrokkene aannemelijk maakt dat hij redelijkerwijs niet in staat is geweest om de gevraagde gegevens of bescheiden binnen de gegeven hersteltermijn te verstrekken. Eiser is hierin niet geslaagd. Voor zover eiser, onder verwijzing naar de gemaakte afspraken van 29 januari 2016 tussen hem en verweerder, nog heeft aangevoerd dat zijn inkomenssituatie bekend is bij verweerder zodat hij de gevraagde stukken niet hoefde in te dienen, kan hem dat niet baten. De rechtbank wijst er daarbij op dat deze afspraken zijn gemaakt nadat de primaire besluiten IV, VI en VII zijn genomen en deze afspraken dus ten tijde van het nemen van die besluiten niet van kracht waren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/89ebb8fb02030f5fdc88db98f280ba4028e5ae4970e129dd187e9c339c6a6aa8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 89ebb8fb02030f5fdc88db98f280ba4028e5ae4970e129dd187e9c339c6a6aa8, en de alinea staat in dat document op bytes 16213 tot 17435.