Citaat | Rechtbank Rotterdam 21 april 2017

Alinea 43 Rechtbank Rotterdam 21 april 2017

Een alinea uit Rechtbank Rotterdam 21 april 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:3039.

20. De nota’s griffierecht waarvoor eiser bijzondere bijstand heeft aangevraagd, hebben betrekking op een tiental beroepen van eisers wegens het niet tijdig nemen van besluiten op Wob-verzoeken van eiser. Het is de rechtbank ambtshalve bekend dat deze procedures niet inhoudelijk zijn behandeld, omdat eiser de nota’s griffierecht niet binnen de betaaltermijn heeft voldaan. Dit betekent dat een deel van de kosten waarvoor de bijzondere bijstand is aangevraagd, niet zijn gemaakt en ook niet meer kunnen worden gemaakt, omdat de betreffende beroepen inmiddels zijn geëindigd met een niet-ontvankelijkverklaring. Hieruit volgt dat eiser voor deze kosten geen procesbelang meer heeft bij een oordeel over de vraag of verweerder terecht zijn aanvraag buiten behandeling heeft gesteld. Voor zover eiser heeft aangevoerd dat zijn procesbelang is gelegen in de vergoeding van de misgelopen dwangsommen in de procedures over het niet tijdig beslissen op zijn Wob-verzoeken, is de rechtbank van oordeel dat hierin geen procesbelang kan zijn gelegen, reeds omdat niet vaststaat dat ook daadwerkelijk dwangsommen zijn verbeurd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/89ebb8fb02030f5fdc88db98f280ba4028e5ae4970e129dd187e9c339c6a6aa8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 89ebb8fb02030f5fdc88db98f280ba4028e5ae4970e129dd187e9c339c6a6aa8, en de alinea staat in dat document op bytes 20548 tot 21685.