Citaat | Rechtbank Rotterdam 22 maart 2017
Onder 4.13. Rechtbank Rotterdam 22 maart 2017
Een alinea uit Rechtbank Rotterdam 22 maart 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:3541.
De hierboven onder 4.11 en 4.12 aangehaalde tijdslijn maakt het niet aannemelijk dat [eiseres] bij haar beslissing de onderneming te starten de B&P verklaring in aanmerking heeft genomen. Immers, zij had de franchiseovereenkomst en de huurovereenkomst op dat moment al getekend. Daarnaast kan uit haar verklaring ter comparitie worden afgeleid dat zij zich destijds geen vragen heeft gesteld over de juistheid van de haar door [persoon] verschafte gegevens, dat de B&P verklaring niet op haar verzoek is gegeven en zij ook niet wist dat deze gegeven zou worden. In dat licht had het op de weg van [eiseres] gelegen om aan te geven en te onderbouwen hoe en op welk moment de B&P verklaring haar beslissingen ten aanzien van de onderneming heeft beïnvloed. Nu deze onderbouwing niet is gegeven heeft [eiseres] op dit punt niet aan haar stelplicht voldaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/921237766e3a99c47f07895562fb3cd7297bf74be7f8e3bbc738ca46096f3d66. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 921237766e3a99c47f07895562fb3cd7297bf74be7f8e3bbc738ca46096f3d66, en de alinea staat in dat document op bytes 20522 tot 21401.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/921237766e3a99c47f07895562fb3cd7297bf74be7f8e3bbc738ca46096f3d66 | shasum -a 256