Citaat | Rechtbank Rotterdam 25 januari 2017

Onder 3.3. Rechtbank Rotterdam 25 januari 2017

Een alinea uit Rechtbank Rotterdam 25 januari 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:657.

Hertel voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering. Hertel heeft daartoe aangevoerd dat de vordering van [eiseres] op grond van artikel 3:310 lid 2 BW is verjaard en stelt dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden om beroep daarop onaanvaardbaar te achten. Volgens Hertel heeft [eiseres] onvoldoende gesteld, laat staan onderbouwd, dat (a) [persoon 1] aan asbesthoudend isolatiemateriaal is blootgesteld dat door Hertel werd aangebracht, (b) Hertel bekend was met de potentiële gevaren en (c) dat Hertel maatregelen had moeten treffen. Hertel heeft verder aangevoerd dat de vordering tot betaling van smartengeld niet ingevolge artikel 6:106 lid 2 BW van [persoon 1] op [eiseres] is overgegaan, omdat de brief van 23 december 2014 Hertel niet voor het overlijden van [persoon 1] heeft bereikt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1ea035ab7cab674cd9b44236c28c4447a0af6ec32affada993a89f02f6770b33. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1ea035ab7cab674cd9b44236c28c4447a0af6ec32affada993a89f02f6770b33, en de alinea staat in dat document op bytes 12172 tot 13005.