Citaat | Rechtbank Rotterdam 25 januari 2017

Onder 4.1. Rechtbank Rotterdam 25 januari 2017

Een alinea uit Rechtbank Rotterdam 25 januari 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:657.

Het meest verstrekkende verweer van Hertel betreft het beroep op verjaring. Dit verweer zal daarom als eerste besproken worden. De verjaring is aangevangen onder vigeur van het oude Burgerlijk Wetboek. Op grond van artikel 68a in verbinding met artikel 73 Overgangswet Nieuw Burgerlijk Wetboek zijn thans de bepalingen uit het huidige Burgerlijk Wetboek van toepassing. De onderhavige rechtsvordering betreft vergoeding van schade als gevolg van blootstelling aan asbest. Op een dergelijke vordering is de in artikel 3:310 lid 2 BW neergelegde verjaringstermijn van toepassing (zie Hoge Raad 2 december 2011, ECLI:NL:HR:2011:BR5216 en NJ 2012, 197, Nefalit/Schraa c.s.). De vordering van [eiseres] verjaart daarom na verloop van dertig jaar na de gebeurtenis waardoor de schade zich heeft voorgedaan. Omdat [persoon 1] tot en met 31 december 1969 bij NDSM heeft gewerkt, zou de gestelde blootstelling aan asbestvezels zich tot en met deze datum hebben kunnen voorgedaan. De rechtsvordering tot schadevergoeding verjaart dertig jaar daarna, dus uiterlijk op 31 december 1999. Nu [persoon 1] Hertel pas op 23 december 2014 aansprakelijk heeft gesteld, is de vordering in beginsel verjaard.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1ea035ab7cab674cd9b44236c28c4447a0af6ec32affada993a89f02f6770b33. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1ea035ab7cab674cd9b44236c28c4447a0af6ec32affada993a89f02f6770b33, en de alinea staat in dat document op bytes 13444 tot 14645.