Citaat | Rechtbank Rotterdam 25 januari 2017

Onder 4.4. Rechtbank Rotterdam 25 januari 2017

Een alinea uit Rechtbank Rotterdam 25 januari 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:657.

Tijdens de comparitie heeft de zoon van [persoon 1] verklaard dat er op één verzekering een beperkte uitkering is gedaan (circa € 2.800,00) en dat er verder geen uitvaartpolissen of overlijdensrisicoverzekeringen waren. Door Hertel is niet weersproken dat er, naast de uitkering op grond van de Regeling TAS, geen andere substantiële uitkeringen zijn geweest. Voorts blijkt uit de tegenover het IAS afgelegde verklaring van [persoon 1] niet dat er andere voor de hand liggende mogelijk aansprakelijk te stellen (rechts)personen zijn (NDSM, de werkgever van [persoon 1] ten tijde van de gestelde blootstelling aan asbest, is immers opgeheven). Hoewel de uitkering op grond van de Regeling TAS lager is dan de gevorderde schadevergoeding, maakt deze uitkering handhaving van de verjaringstermijn minder schrijnend. [persoon 1] heeft immers spoedig (veel sneller dan door middel van een gerechtelijke procedure mogelijk zou zijn geweest) de beschikking gekregen over een substantieel bedrag (€ 19.201,00). Deze uitkering wordt slechts verrekend wanneer [eiseres] daadwerkelijk een schadevergoeding ontvangt, waardoor de nabestaanden van [persoon 1] ook bij toepassing van de verjaringstermijn niet met lege handen staan. Dit gezichtspunt werkt daardoor meer in het voordeel van Hertel dan van [eiseres] .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1ea035ab7cab674cd9b44236c28c4447a0af6ec32affada993a89f02f6770b33. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1ea035ab7cab674cd9b44236c28c4447a0af6ec32affada993a89f02f6770b33, en de alinea staat in dat document op bytes 17789 tot 19111.