Citaat | Rechtbank Rotterdam 25 januari 2017

Onder 4.15. Rechtbank Rotterdam 25 januari 2017

Een alinea uit Rechtbank Rotterdam 25 januari 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:657.

[persoon 1] heeft vier maanden na de eerste diagnose een aansprakelijkstelling verstuurd. De rechtbank is van oordeel dat Hertel daarmee binnen een redelijke termijn na het bekend worden van de schade en de (mogelijk) aansprakelijke persoon door [persoon 1] op de hoogte is gesteld. Na de aansprakelijkstelling heeft het echter nog dertien maanden geduurd, voordat een rechtsvordering door [eiseres] is ingesteld. Naar de mening van Hertel heeft [eiseres] daarmee de redelijke termijn overschreden. De rechtbank maakt uit de overgelegde correspondentie voorafgaand aan de procedure echter op dat de ontstane vertraging voor een groot deel aan de zijde van de verzekeraar van Hertel, Centraal Beheer Achmea (hierna: Centraal Beheer), is ontstaan. Hertel heeft [eiseres] op 20 januari 2015 (vier weken na de aansprakelijkstelling) laten weten dat zij de brief heeft doorgestuurd naar haar verzekeraar. Ondanks een eerste rappel van [eiseres] aan Centraal Beheer op 29 april 2015 bleef een reactie uit, waarna op 9 november 2015 een tweede rappel is verstuurd. Uit de conclusie van antwoord volgt dat Centraal Beheer in de veronderstelling verkeerde dat zij de brief van 29 april 2015 door middel van een e‑mailbericht van 21 mei 2015 had beantwoord (met daarin een verzoek om meer informatie), maar dat dit bericht per abuis niet is verzonden. Bij brief van 22 december 2015 heeft Centraal Beheer het eerder niet verzonden bericht van 21 mei 2015 alsnog aan [eiseres] gestuurd. Hierop is niet gereageerd, tot Hertel op 20 januari 2016 werd gedagvaard. De vertraging door het handelen van Centraal Beheer komt, gelet op het voorgaande, voor risico van Hertel. De relatief lange periode tussen de aansprakelijkstelling en dagvaarding kan [eiseres] derhalve niet worden tegengeworpen. Daaraan doet niet af dat door [eiseres] kennelijk niet meer is gereageerd op de brief van Centraal Beheer van 22 december 2015: het is begrijpelijk dat [eiseres] , mede met het oog op gezichtspunt g, op een gegeven moment tot dagvaarden is overgegaan. De rechtbank is derhalve van oordeel dat [eiseres] voldoende voortvarend heeft gehandeld, zodat dit gezichtspunt pleit tegen het handhaven van de verjaringstermijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1ea035ab7cab674cd9b44236c28c4447a0af6ec32affada993a89f02f6770b33. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1ea035ab7cab674cd9b44236c28c4447a0af6ec32affada993a89f02f6770b33, en de alinea staat in dat document op bytes 30708 tot 32929.