Citaat | Rechtbank Rotterdam 25 januari 2017
Onder 4.19. Rechtbank Rotterdam 25 januari 2017
Een alinea uit Rechtbank Rotterdam 25 januari 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:657.
De rechtbank gaat ervan uit dat met de term ‘mededeling’ in artikel 6:106 lid 2 BW een mededeling in de zin van artikel 3:37 lid 1 BW is bedoeld. Nu de mededeling ‘aan de wederpartij’ moet worden gedaan, zal deze ingevolge artikel 3:37 lid 3 BW in beginsel slechts werking hebben, indien deze de geadresseerde heeft bereikt. Daarbij geldt als uitgangspunt dat de brief de geadresseerde heeft bereikt als zij door hem is ontvangen (zie Hoge Raad 14 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ4104 en NJ 2013/391, Centavos/Nieuwenhuis, overweging 3.3.2). Het moment van kennisname van de inhoud van de brief (door de directeur van Hertel is ter comparitie verklaard dat hij de brief pas op 6 of 7 januari 2015 heeft gelezen) is dus niet relevant. Het is voldoende dat de brief is aangekomen op het door Hertel gebruikte postbusadres (zie tevens de hierboven aangehaalde uitspraak Centavos/Nieuwenhuis, overweging 3.4.3). Dat Hertel op het moment van aankomst wellicht gesloten was, is daarom evenmin van belang. Het is de eigen keuze van Hertel om gebruik te maken van een postbus, die in de kerstvakantie niet geleegd wordt, evenals het haar eigen keus is om (al) op 24 december 2014 (en dan tot en met 1 januari 2015) dicht te zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1ea035ab7cab674cd9b44236c28c4447a0af6ec32affada993a89f02f6770b33. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1ea035ab7cab674cd9b44236c28c4447a0af6ec32affada993a89f02f6770b33, en de alinea staat in dat document op bytes 36997 tot 38236.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1ea035ab7cab674cd9b44236c28c4447a0af6ec32affada993a89f02f6770b33 | shasum -a 256