Citaat | Rechtbank Rotterdam 25 januari 2017

Onder 4.20. Rechtbank Rotterdam 25 januari 2017

Een alinea uit Rechtbank Rotterdam 25 januari 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:657.

Tussen partijen staat vast dat [persoon 1] in de brief van 23 december 2014 aanspraak heeft gemaakt op immateriële schadevergoeding. Hertel heeft niet betwist dat deze brief op 23 december 2014 is verzonden. Hoewel op de brief is vermeld dat deze tevens per fax aan Hertel is verzonden, is ter comparitie gebleken dat het gebruikte faxnummer onjuist is. Het gaat er derhalve om of de per post verstuurde brief Hertel (tijdig) heeft bereikt. Het staat vast dat deze brief op enig moment tussen 24 december 2014 en 7 januari 2015 bij Hertel is bezorgd. Het exacte tijdstip waarop de brief op het postbusadres van Hertel is aangekomen is echter niet bekend, hoewel aannemelijk is dat deze op 24 december 2014 dan wel 27 december 2014 in de postbus is gedeponeerd, gelet op het normale postverkeer in Nederland. Het is echter mogelijk dat de brief Hertel heeft bereikt nadat [persoon 1] op 27 december 2014 is overleden. Daarmee dient de vraag zich aan of voor de mededeling in de zin van artikel 6:106 lid 2 BW ten behoeve van de overgang van de smartengeldvordering onder algemene titel van doorslaggevend belang is dat die mededeling de wederpartij voor het overlijden van het slachtoffer heeft bereikt. De rechtbank is van oordeel dat dit niet het geval is vanwege het volgende.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1ea035ab7cab674cd9b44236c28c4447a0af6ec32affada993a89f02f6770b33. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1ea035ab7cab674cd9b44236c28c4447a0af6ec32affada993a89f02f6770b33, en de alinea staat in dat document op bytes 38317 tot 39609.