Citaat | Rechtbank Rotterdam 12 september 2018

Onder 5.5 Rechtbank Rotterdam 12 september 2018

Een alinea uit Rechtbank Rotterdam 12 september 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:7645.

Bij een verzoek om ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van artikel 7:669 lid 3 sub e BW moet de werkgever aannemelijk maken dat sprake is van verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer en dat dit zodanig ernstig is dat van hem in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Alleen dan mag de ontslaggrond voldragen heten. Bij deze ontslaggrond gaat het om daden of gedragingen van de werknemer waarbij sprake is van toerekenbare verwijtbaarheid, hetgeen betekent dat de werknemer schuld heeft aan dat handelen of nalaten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d768ea8db1b1d45dfc3f0eb511ec72a26e2138e77afd729b893153b2630ac35f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d768ea8db1b1d45dfc3f0eb511ec72a26e2138e77afd729b893153b2630ac35f, en de alinea staat in dat document op bytes 21225 tot 21814.